ECLI:NL:CRVB:2008:BC1887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld en WAO-schatting wegens onvoldoende medische verslechtering
Appellante, werkzaam als administratief medewerker, was sinds 1984 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na een tijdelijke werkhervatting werd haar arbeidsongeschiktheid in 2004 herzien naar 65-80%. In 2005 meldde zij zich ziek wegens toegenomen klachten, maar het UWV weigerde ziekengeld omdat er geen medische verslechtering was vastgesteld.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelt dat de medische gegevens, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een psychiater, geen aanwijzingen geven voor een verslechtering van haar gezondheidstoestand per 12 augustus 2005.
De Raad stelt vast dat de arbeidsongeschiktheidsschatting van 72,64% op een zorgvuldige medische en arbeidskundige grondslag berust. De latere ziekmelding in februari 2006 en daaropvolgende uitkering staan los van de bestreden besluiten. De Raad ziet geen reden om de uitspraken te vernietigen en bevestigt deze.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld en de WAO-arbeidsongeschiktheidsschatting wegens onvoldoende medische verslechtering.