ECLI:NL:CRVB:2008:BC1936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering bij ziekte van Crohn en zorgvuldigheid medisch onderzoek
Betrokkene lijdt aan de ziekte van Crohn en ontvangt sinds 1972 vrijwel onafgebroken een volledige WAO-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV werd de uitkering per 9 april 2004 ingetrokken wegens een vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Dit besluit werd na bezwaar herzien tot een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, maar betrokkene stelde meer beperkingen te hebben.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het medisch onderzoek, met name omdat het ziektebeeld niet adequaat was betrokken. In hoger beroep voerde het UWV aan dat voldoende gegevens aanwezig waren en dat verdergaand onderzoek te ingrijpend zou zijn.
De Raad vroeg een onafhankelijk medisch advies aan prof. dr. J.H. Kleibeuker, die concludeerde dat betrokkene de geselecteerde functies niet gedurende hele dagen kan uitvoeren vanwege de negatieve invloed van belasting op zijn ziekte. De Raad volgde dit advies en oordeelde dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berustte.
Daarom werd het hoger beroep van het UWV afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het medisch onderzoek.