ECLI:NL:CRVB:2008:BC1940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ziekengeld wegens onjuiste geschiktheidsbeoordeling maatgevend werk
Appellante was werkzaam als bakkerijmedewerkster en meldde zich ziek vanwege klachten aan haar rechterschouder. Het UWV verklaarde haar per 22 december 2004 hersteld en stopte het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij door objectiveerbare beperkingen niet boven schouderhoogte kon werken, wat noodzakelijk was voor haar werkzaamheden.
De Raad stelde vast dat appellante beperkingen had die haar belemmerden het maatgevende werk volledig te verrichten, met name het tillen van broodkratten en het hanteren van bakplaten boven schouderhoogte. De arbeidsdeskundige van het UWV concludeerde echter dat het werk geschikt was, mede omdat hulp kon worden gevraagd en het bovenhands werk beperkt was.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante het werk kon verrichten en dat het bestreden besluit niet werd gedragen door de motivering. Het besluit en de daarop gebaseerde uitspraak werden vernietigd, en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.