ECLI:NL:CRVB:2008:BC1957

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-2539 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 17 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in bestuursrechtelijke procedure

Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellant maakte hiertegen verzet, stellende dat zijn vergeetachtigheid, beperkte financiële middelen en het samenwonen met zijn broer tot verwarring bij de postafhandeling hadden geleid.

De Raad heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat de door appellant aangevoerde omstandigheden binnen zijn eigen risicosfeer vallen en onvoldoende zijn om de te late betaling te excuseren. De Raad achtte daarom geen reden om het verzet gegrond te verklaren.

Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het verzet is derhalve ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

07/2539 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het geding tussen:
[Appellant]
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 6 september 2007 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van verweerster van 24 april 2007, kenmerk JZ/60/2007, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 6 september 2007 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 8 november 2007. Daar is appellant in persoon verschenen. Verweerster is met voorafgaand bericht niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 6 september 2007 berust hierop, dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.
Appellant heeft in verzet gewezen op de omstandigheid dat hij vergeetachtig is, dat zijn financiële middelen beperkt zijn waardoor hij extra uitgaven niet zonder meer kan doen en voorts dat hij met zijn broer op één adres woont waardoor verwarring optreedt over afhandeling van post.
De Raad is van oordeel dat appellant in het verzetschrift en ter zitting onvoldoende gronden naar voor heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat de door appellant bij verzetschrift en ter zitting aangevoerde argumenten geheel in zijn eigen risicosfeer liggen, zodat er geen gronden zijn om de te late betaling van het griffierecht te excuseren.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008.
(get.) H.R. Geerling-Brouwer.
(get.) J.P. Schieveen.
HD