ECLI:NL:CRVB:2008:BC1958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende functie
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen na afloop van de wettelijke wachttijd per 18 mei 2004. De rechtbank Breda had het beroep ongegrond verklaard, omdat uit de medische en arbeidsdeskundige rapportages bleek dat appellante geschikt was voor haar maatgevende functie.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere standpunten herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad achtte de medische beperkingen niet onderschat en bevestigde dat appellante geschikt is voor haar functie als stikster.
De Raad heeft geen gronden gevonden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.