ECLI:NL:CRVB:2008:BC1980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op grond van juiste vaststelling beperkingen en functies
Appellant stelde beroep in tegen de rechtbankuitspraak die de herziening van zijn WAO-uitkering van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid bevestigde. Hij voerde aan dat zijn medische beperkingen, met name rug- en psychische klachten, waren onderschat en verzocht om inschakeling van een onafhankelijke zenuwarts. Tevens betwistte hij de geschiktheid van de voorgehouden functies met een arbeidskundig rapport.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig en goed gemotiveerd was, mede op basis van dossieronderzoek en informatie van behandelend specialisten. Er waren geen medische gegevens overgelegd die aanleiding gaven tot twijfel over de vastgestelde beperkingen. De Raad zag daarom geen noodzaak tot inschakeling van een deskundige.
Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies was voldoende onderbouwd. De Raad vond dat appellant medisch in staat was de functies te vervullen en dat het verlies aan verdiencapaciteit ongeveer 21% bedroeg. De herziening van de WAO-uitkering was daarmee op goede gronden gebaseerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door J.W. Schuttel op 11 januari 2008.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.