ECLI:NL:CRVB:2008:BC2155

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2985 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante, werkzaam als medewerkster huishoudelijke dienst, viel uit wegens linkerschouderklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. In bezwaar en hoger beroep werd dit standpunt bestreden, met name de geschiktheid van de geselecteerde functies.

De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank in het oordeel dat het UWV een juiste en toereikende medische grondslag had voor zijn beslissing. De medische beperkingen van appellante waren vastgesteld door (bezwaar)verzekeringsartsen en ondersteund door informatie uit de behandelende sector. Appellante overlegde geen medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel aan deze bevindingen.

De Raad oordeelde verder dat er geen aanwijzingen waren dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren voor appellante, noch dat zij niet beschikte over het vereiste taal- en opleidingsniveau. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.

Uitspraak

06/2985 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 11 april 2006, 05/993 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K.A.M. Korssen-van der Ruijt, werkzaam bij SRK rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2007, waar appellante niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huys.
II. OVERWEGINGEN
Appellante, die werkzaam is geweest als medewerkster huishoudelijke dienst, is op 19 december 2003 uitgevallen wegens linkerschouderklachten.
Bij besluit van 24 mei 2005, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv in bezwaar gehandhaafd zijn besluit van 17 december 2004, strekkende tot de weigering van een uitkering aan appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 17 december 2004, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellante weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat zij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies.
In hoger beroep is - kort samengevat - aangevoerd dat appellantes klachten en beperkingen zijn onderschat en is de geschiktheid van de geselecteerde functies bestreden.
De Raad overweegt als volgt.
De Raad kan de rechtbank volgen in haar oordeel dat het bestreden besluit berust op een juiste, althans toereikende, medische grondslag. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de (bezwaar)verzekeringsartsen bij appellante niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld, dat informatie uit de behandelende sector is meegewogen en dat appellante geen medische gegevens heeft overgelegd die de Raad aanleiding geven tot twijfel aan de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen inzake haar belastbaarheid op de datum in geding, 17 december 2004.
De Raad heeft, uitgaande van voornoemde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan de door de arbeidsdeskundige aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn, dan wel dat appellante niet zou beschikken over het vereiste taal- en opleidingsniveau.
Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.
JL