ECLI:NL:CRVB:2008:BC2155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerkster huishoudelijke dienst, viel uit wegens linkerschouderklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. In bezwaar en hoger beroep werd dit standpunt bestreden, met name de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank in het oordeel dat het UWV een juiste en toereikende medische grondslag had voor zijn beslissing. De medische beperkingen van appellante waren vastgesteld door (bezwaar)verzekeringsartsen en ondersteund door informatie uit de behandelende sector. Appellante overlegde geen medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel aan deze bevindingen.
De Raad oordeelde verder dat er geen aanwijzingen waren dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren voor appellante, noch dat zij niet beschikte over het vereiste taal- en opleidingsniveau. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.