ECLI:NL:CRVB:2008:BC2210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering zonder verjaring
Appellant stelde beroep in tegen besluiten van het UWV tot korting van arbeidsinkomsten en terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen over september en oktober 2001. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht artikel 44 van Pro de WAO toepaste om de uitkering te verminderen op basis van inkomsten uit arbeid.
Appellant voerde aan dat het UWV had moeten herzien en dat de terugvordering verjaard was. De rechtbank verwierp deze argumenten en stelde dat de terugvordering niet verjaard was volgens artikel 3:309 BW Pro en dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing was op terugvordering binnen redelijke termijn.
De Raad onderschrijft deze overwegingen en wijst het beroep af. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen onvoorwaardelijke toezegging tot afzien van terugvordering is gedaan. De Raad ziet geen reden voor proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering zonder verjaring.