ECLI:NL:CRVB:2008:BC2234

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1151 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging omzetting studiefinanciering naar thuiswonende norm wegens niet doorgegeven adreswijziging

Appellante maakte bezwaar tegen de omzetting van haar studiefinanciering van de norm voor uitwonende naar die voor thuiswonende studerende, omdat zij van mening was dat zij haar adreswijziging correct had doorgegeven via de website van de IB-Groep. De IB-Groep had geconstateerd dat het adres dat appellante had doorgegeven afweek van het adres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA).

De IB-Groep had appellante gewaarschuwd dat zij binnen vier weken de afwijking moest corrigeren, wat niet gebeurde. Vervolgens werd de studiefinanciering met ingang van februari 2006 aangepast naar de thuiswonende norm. Appellante stelde dat zij de adreswijziging had doorgegeven en dat de ontvangst van inloggegevens en een onderwijskaart een bevestiging was dat haar adres correct was geregistreerd.

De rechtbank oordeelde echter dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij haar adreswijziging daadwerkelijk had doorgegeven. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde dat de ontvangst van de brief met inloggegevens niet betekent dat het adres correct was doorgegeven, omdat deze brief om veiligheidsredenen naar het GBA-adres wordt gestuurd. Ook de onderwijskaart was geen bewijs, mede omdat de hersteltermijn al was verstreken.

De Raad concludeerde dat appellante redelijkerwijs verweten kan worden dat zij de afwijking niet heeft opgeheven en dat de omzetting van de studiefinanciering terecht is gebeurd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De omzetting van studiefinanciering naar de thuiswonende norm wordt bevestigd wegens het niet tijdig doorgeven van de adreswijziging.

Uitspraak

07/1151 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 8 januari 2007, kenmerk 06/899 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)
Datum uitspraak: 18 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Mr. J. Nijenhuis, advocaat te Heerenveen, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2007. Mr. Nijenhuis is namens appellante verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. E.H.A. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
Bij brieven van 10 maart 2006 heeft de IB-Groep aan appellante meegedeeld dat bij controle is geconstateerd dat het woonadres dat zij aan de IB-Groep heeft doorgegeven ([adres 1]) in de maand februari 2006 afwijkt van het adres waarop zij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staat ingeschreven ([adres 2]). Betrokkene is in die brief gewaarschuwd dat indien zij de afwijking tussen beide adressen niet binnen vier weken ongedaan maakt, de haar toegekende beurs naar de norm van een uitwonende studerende met ingang van februari 2006 wordt omgezet in een beurs naar de norm voor een thuiswonende studerende. Appellante heeft niet binnen vier weken gereageerd. Vervolgens heeft de IB-Groep bij besluit van 13 mei 2006 (Bericht Studiefinanciering 2006, nr. 4) de aan appellante toegekende studiefinanciering met ingang van februari 2006 omgezet in een beurs naar de norm van een thuiswonende.
Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt. Zij heeft daarbij aangevoerd dat zij haar adreswijziging via de website van de IB-Groep heeft doorgegeven, dat zij haar adres nogmaals heeft gewijzigd nadat zij de brief van 10 maart 2006 had gekregen waarin haar vier weken de tijd werd gegeven om haar adres alsnog te wijzigen, en dat zij op 20 maart 2006 een brief kreeg van de IB-Groep met haar inloggegevens, hetgeen voor haar reden genoeg was om aan te nemen dat haar adreswijziging goed doorgekomen was.
De IB-Groep heeft het bezwaar bij besluit van 20 juni 2006 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard, omdat appellante de afwijking tussen het GBA-adres en het door haar aan de IB-Groep opgegeven woonadres niet binnen vier weken heeft opgeheven, terwijl niet is gebleken dat de afwijking niet aan appellante kan worden verweten.
De rechtbank heeft overwogen dat appellante er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat zij na de waarschuwingsbrieven van 10 maart 2006 haar adreswijziging nogmaals heeft doorgegeven. De rechtbank heeft voorts overwogen dat in de brief van 20 maart 2006 waarbij de inloggegevens voor 'Mijn IB-Groep' zijn toegezonden en in de brief van mei 2006 waarbij de onderwijskaart voor het studiejaar 2006 2007 aan appellante is toegezonden geen voldoende onderbouwing is gelegen voor de stelling dat zij haar adreswijziging heeft doorgegeven, noch voor de stelling dat zij erop mocht vertrouwen dat de adreswijziging correct was doorgegeven. De brief met de inloggegevens wordt immers uit veiligheidsoverwegingen – naar het GBA-adres gestuurd en de verstrekking van de onderwijskaart is gebaseerd op een andere regeling dan de Wsf 2000.
Appellante handhaaft in hoger beroep haar standpunt dat zij uit de correspondentie van de kant van de IB-Groep, en met name de brieven van 20 maart 2006 en mei 2006 mocht opmaken dat haar woonadres bij de IB-Groep bekend was, dat haar GBA adres ook haar woonadres was, en als daar nog onzekerheid over bestond, dat het op de weg van de
IB-Groep had gelegen daar nader onderzoek naar te doen.
De Raad overweegt het volgende.
Er is geen enkel bewijs dat appellante haar verhuizing naar de [adres 2] aan de IB-Groep heeft doorgegeven.
Uit de ontvangst van de brief van 20 maart 2006, waarbij het wachtwoord en de wijzigingscode voor ´Mijn IB-Groep´ aan appellante zijn meegedeeld, mocht zij niet afleiden dat was voldaan aan de plicht om het juiste woonadres aan de IB-Groep door te geven. Die brief wordt immers uit veiligheidsoverwegingen - naar het GBA-adres gezonden, hetgeen in de aanmeldprocedure voor ´Mijn IB-Groep´ ook expliciet wordt vermeld.
De brief van mei 2006, waarbij de onderwijskaart is toegezonden, kan geen enkele rol spelen, reeds omdat de in de waarschuwingsbrief van 10 maart 2006 vermelde herstelperiode van vier weken toen reeds was verstreken.
Aan de Raad is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan geoordeeld zou kunnen worden dat appellante van de afwijking tussen haar GBA-adres en het door haar aan de IB-Groep opgegeven woonadres redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
Het hoger beroep treft geen doel. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.
JL