ECLI:NL:CRVB:2008:BC2251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Weigering schadevergoeding wegens vermeende tegenwerking promotieonderzoek aan TU Delft
Appellant was van 1993 tot 1997 als assistent in opleiding verbonden aan de TU Delft en voerde daarna promotieonderzoek uit met faciliteiten en begeleiding van de universiteit. Hij klaagde dat de sectie zijn promotieonderzoek tegenwerkte, wat leidde tot een vertraging van 5,5 jaar en materiële en immateriële schade.
Het college van bestuur wees het verzoek om schadevergoeding af, en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij onvoldoende begeleiding kreeg, ongeschikte veldwerkgebieden kreeg toegewezen, ondeugdelijke apparatuur ontving en geestelijk mishandeld werd door een begeleider.
De Raad stelde vast dat het college een intern onderzoek had verricht waaruit bleek dat het geschil voortkwam uit een fundamenteel verschil van inzicht over de kwaliteit van het werk en dat appellant kritiek niet accepteerde. De Raad vond dat het college de beschuldigingen gemotiveerd had weerlegd en appellant onvoldoende bewijs had geleverd. Er was geen sprake van onrechtmatig handelen jegens appellant vóór 1 november 1997. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; geen schadevergoeding toegekend wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.