ECLI:NL:CRVB:2008:BC2356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies
Appellant viel op 7 november 2003 uit wegens psychische klachten en ontving op 10 december 2004 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Het UWV verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze beslissing op 28 juli 2005 ongegrond, stellende dat appellant ondanks beperkingen geschikt was voor functies geselecteerd door een arbeidsdeskundige.
De rechtbank Utrecht vond geen aanwijzingen voor onvolledig of onzorgvuldig medisch onderzoek en oordeelde dat het UWV de functies adequaat had gemotiveerd, rekening houdend met zowel lichamelijke als psychische beperkingen van appellant. Appellant stelde in hoger beroep geen nieuwe feiten of medische informatie aan de orde die twijfel konden zaaien over de bevindingen van de verzekeringsartsen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV, waarbij werd meegewogen dat de verzekeringsartsen op de hoogte waren van alle klachten en de medische informatie zorgvuldig hadden meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit wordt bevestigd.