ECLI:NL:CRVB:2008:BC2394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, waarbij het UWV op 8 november 2004 besloot deze te weigeren omdat zij niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest sinds het jaar 2000. Na bezwaar en een heroverweging door een bezwaarverzekeringsarts werd dit besluit op 12 juli 2005 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens het hoger beroep werd overwogen dat de medische rapportages van het UWV en een klinisch psycholoog, die een WIA-uitkering toekenden, niet doorslaggevend waren omdat deze betrekking hadden op een periode na de relevante periode en mede veroorzaakt werden door een ernstig auto-ongeval. De Raad hechtte meer waarde aan de eerdere medische beoordelingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die na onderzoek geen aanwijzingen vonden voor een onafgebroken arbeidsongeschiktheid van 52 weken sinds 2000.
De Raad concludeerde dat appellante's eigen activiteiten, waaronder studeren en werken 15 tot 20 uur per week, niet stroken met de claim van voortdurende arbeidsongeschiktheid. De diagnose van een dysthyme stoornis vanaf 2001 door de psychotherapeut werd niet ondersteund door de huisartsgegevens. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid.