ECLI:NL:CRVB:2008:BC2409

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7183 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbWet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging weigering WAZ-uitkering ondanks arbeidsbeperkingen door CVS

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAZ-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende inkomensverlies ondanks medische arbeidsbeperkingen door chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank niet volledig en vernietigt het bestreden besluit wegens strijdigheid met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De medische beoordeling van de verzekeringsarts is niet betwist, maar de Raad oordeelt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.

De Raad stelt dat de nadere arbeidskundige toelichting in hoger beroep voldoende inzicht geeft dat de belastbaarheid van appellante niet wordt overschreden in de voorgestelde functies. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en vergoedt het griffierecht.

Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van een WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

05/7183 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 november 2005, 05/2440 (de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.J. van ‘t Hoff, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld tegen aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en met een verzekeringsgeneeskundig rapport gereageerd op de door appellante in hoger beroep ingebrachte medische informatie.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 7 december 2007. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. A.M. Bouwes, advocaat te ’s-Gravenhage, als opvolgend gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
A.M. Snijders.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 8 maart 2005 ter uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz). Hierbij heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 12 november 2004, waarbij hij heeft geweigerd om appellante na de wettelijke wachttijd met ingang van 13 maart 2004 een Waz-uitkering toe te kennen. Hieraan ligt ten grondslag dat appellante weliswaar medische arbeidsbeperkingen ondervindt die in de weg staan aan haar werk gedurende 20 uren per week als meewerkend echtgenote in een leliekwekerij, maar desondanks zonder relevante inkomensverlies in een vijftal functies arbeid kan verrichten.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat berust. De Raad heeft evenmin als de rechtbank twijfels over de juistheid van het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende medische oordeel. In verband met een chronisch vermoeidheidsyndroom heeft de verzekeringsarts arbeidsbeperkingen aangenomen. De Raad heeft onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de (medische) arbeidsbeperkingen door de verzekeringsarts zijn onderschat. De klachten van appellante kunnen niet worden toegeschreven aan een anatomische of organische afwijking, zodat daarin voor appellante geen belemmering is gelegen om zich fysiek te belasten. Het standpunt van de huisarts van appellante, inhoudende dat appellante per etmaal ten minste 23 uren het bed moet houden, is niet onderbouwd met een gedetailleerd onderzoek en strookt niet met het beeld van de dagelijkse activiteiten van appellante zoals de verzekeringsarts dat in zijn onderzoek in beeld heeft gebracht. De bezwaarverzekerings-arts heeft in zijn rapport van 30 maart 2006 overtuigend beargumenteerd waarom aan deze opvatting van de huisarts voorbij is gegaan. De overige in hoger beroep overgelegde medische informatie ziet op ruimschoots na de hier van belang zijnde datum.
Overeenkomstig het door Uwv ingenomen standpunt acht de Raad eerst met de in hoger beroep overgelegde nadere arbeidskundige toelichting voldoende toegelicht dat de kenmerkende belasting in de aan appellante als geschikt voorgehouden functies de grenzen van haar belastbaarheid niet overschrijden. Daarmee is in hoger beroep het bestreden besluit alsnog van een voldoende draagkrachtige motivering voorzien. De Raad ziet hierin aanleiding om het bestreden besluit wegens strijdigheid met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht te vernietigen, maar de rechtsgevolgen ervan in stand te laten. Ook de aangevallen uitspraak kan daarmee geen stand houden.
Tevens zal de Raad het Uwv veroordelen in de kosten van het geding wegens de aan appellante verleende rechtsbijstand, in het geding bij de rechtbank begroot op € 322,-- en in hoger beroep op € 644,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
Veroordeelt de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen in de proceskosten tot een bedrag van € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen aan appellante;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen aan appellante het door haar gestorte griffierecht ad € 140,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2008.
(get.) R.C. Stam.
(get.) T.R.H. van Roekel.
JL