ECLI:NL:CRVB:2008:BC2409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering ondanks arbeidsbeperkingen door CVS
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAZ-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende inkomensverlies ondanks medische arbeidsbeperkingen door chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank niet volledig en vernietigt het bestreden besluit wegens strijdigheid met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De medische beoordeling van de verzekeringsarts is niet betwist, maar de Raad oordeelt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad stelt dat de nadere arbeidskundige toelichting in hoger beroep voldoende inzicht geeft dat de belastbaarheid van appellante niet wordt overschreden in de voorgestelde functies. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en vergoedt het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van een WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.