ECLI:NL:CRVB:2008:BC2797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatmanwisseling bij intrekking WAO-uitkering ex-profvoetballer
Appellant, een ex-profvoetballer die op 29-jarige leeftijd uitviel wegens knieklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Deze werd in 1994 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, waarbij werd aangekondigd dat vanaf zijn 35e levensjaar een maatmanwisseling zou plaatsvinden, waardoor zijn verdienvermogen niet langer met zijn vroegere profvoetbalinkomen zou worden vergeleken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze maatmanwisseling onrechtmatig is en leeftijdsdiscriminatie inhoudt, mede omdat veel profvoetballers ook na hun 35e actief blijven. Tevens stelde hij dat het UWV na het bereiken van deze leeftijd geen nieuwe beoordeling had mogen maken, wat in strijd zou zijn met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de kern van het geschil niet is of de leeftijdsgrens verboden onderscheid oplevert, maar waar de grens moet liggen en hoe die in concrete gevallen wordt toegepast. Er is geen sprake van toezeggingen die het vertrouwen van appellant schaden. De Raad achtte het terecht dat het UWV het inkomen van een vergelijkbare gezonde maatman, hier een schadecorrespondent, als uitgangspunt nam voor de herziening en bevestigde het bestreden besluit.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat profvoetballers doorgaans rond hun 35e stoppen en dat een maatmanwisseling daarom gerechtvaardigd is. Gezien de omstandigheden van appellant en zijn omscholing achtte de Raad de maatmanwisseling passend en handhaafde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering op basis van een maatmanwisseling vanaf 35 jaar.