ECLI:NL:CRVB:2008:BC2867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheidspercentage
Appellant, die sinds 1985 een WAO-uitkering ontvangt wegens rugklachten, verzocht om herziening van zijn uitkering vanwege vermeerderde klachten. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies stelde het Uwv de uitkering per 11 januari 2005 ongewijzigd vast op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvolledig was en dat de belasting van de functies niet overeenkwam met zijn beperkingen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard na een herbeoordeling door een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven, maar de Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies passend waren binnen de vastgestelde beperkingen. Ook het latere besluit van het Uwv om de uitkering vanaf 28 mei 2007 te herzien naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid, omdat er geen passende functies meer waren, deed niets af aan de juistheid van het besluit per 11 januari 2005.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Arnhem en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering per 11 januari 2005 terecht ongewijzigd is vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid.