ECLI:NL:CRVB:2008:BC2968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische grondslag voor gedeeltelijke WAO-uitkering na psychische klachten
Betrokkene meldde zich in oktober 2002 ziek vanwege psychische klachten en ontving een gedeeltelijke WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Het UWV handhaafde dit besluit na bezwaar, gesteund op het rapport van psychiater Soeters. De rechtbank volgde echter het rapport van psychiater Stevens, die beperkingen in concentratie en arbeidsduur vaststelde.
In hoger beroep betoogde het UWV dat de rechtbank ten onrechte Stevens volgde en dat Soeters' rapport correct was geïnterpreteerd. De Raad oordeelde dat het UWV niet kon volhouden dat de oorspronkelijke functionele mogelijkheden onverkort gehandhaafd konden blijven, mede vanwege aanvullende informatie van behandelend psychiater Smit over de ernst van de depressie en beperkingen in het vierde kwartaal van 2003.
Betrokkene stelde dat zij destijds geen benutbare arbeidsmogelijkheden had, maar de Raad vond dat ook Stevens niet stellig concludeerde dat er geen mogelijkheden waren. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van Stevens' rapport. Beide hoger beroepen werden afgewezen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en het UWV dient de belastbaarheid van betrokkene opnieuw vast te stellen op basis van het rapport van psychiater Stevens.