ECLI:NL:CRVB:2008:BC3005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- G.J.H. Doornewaard
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid bij WAO-uitkering
Appellante had zich op 10 juni 2004 ziek gemeld vanuit een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet. Het UWV weigerde op 31 januari 2005 een WAO-uitkering toe te kennen per 8 juli 2004, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Dit besluit werd op 23 mei 2005 in bezwaar gehandhaafd door het UWV en door de rechtbank Arnhem bevestigd in haar uitspraak van 15 december 2005.
In hoger beroep stelde appellante dat zij volledig arbeidsongeschikt was per 8 juli 2004, onderbouwd met een psychiatrisch rapport van juli 2005 en haar voortdurende Ziektewetuitkering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het psychiatrisch rapport pas bijna een jaar na de datum in geschil was opgesteld en geen aanwijzingen bevatte dat de situatie destijds ernstiger was. Ook werd geoordeeld dat een Ziektewetuitkering geen bewijs is voor volledige ongeschiktheid voor de aan de schatting ten grondslag gelegde functies.
De Raad overwoog dat de verzekeringsarts bij het vaststellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) rekening had gehouden met een bipolaire stoornis, die doorgaans zwaardere beperkingen geeft dan de posttraumatische stressstoornis die in het psychiatrisch rapport werd genoemd. De Raad achtte appellante in staat om de functie van medewerk(st)er medische administratie te vervullen, ondanks een sterke beperking in het omgaan met conflicten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante per 8 juli 2004 minder dan 15% arbeidsongeschikt was.