ECLI:NL:CRVB:2008:BC3093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering onvoldoende medisch onderbouwd verklaard
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 29 november 2004 in op basis van een medisch onderzoek dat beperkingen vaststelde door een geslachtsveranderende operatie en een functionele mogelijkhedenlijst. Appellante maakte bezwaar en gaf aan geestelijk ernstig te lijden.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen sprake was van ernstige depressie eind 2004, mede gebaseerd op informatie van een psychiater die geen aanvullend onderzoek had gedaan naar stemmingsproblemen. De Raad stelde echter vast dat de medische situatie verslechterde, wat leidde tot opname in januari 2005 en heropening van de WAO-uitkering vanaf februari 2005.
De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering onvoldoende medisch gefundeerd was, mede gezien de ernst van de depressie bevestigd door de huisarts en de opname in een GGZ-instelling. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 29 november 2004 wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.