ECLI:NL:CRVB:2008:BC3263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft tegen het besluit van het UWV hoger beroep ingesteld omdat zij van mening is dat haar arbeidsongeschiktheid ernstiger is dan vastgesteld. Zij lijdt aan diverse klachten waaronder rug-, nek- en knieklachten, diabetes en artrose. Appellante stelde dat de rechtbank een deskundige had moeten benoemen en dat haar beperkingen onvoldoende waren beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep heeft de aangevallen uitspraken van de rechtbank Maastricht bevestigd. De Raad baseert zich op medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige die de mate van arbeidsongeschiktheid hebben vastgesteld op minder dan 25%, wat onvoldoende is voor toekenning van een WAZ-uitkering. Ook de aanvullende informatie van een orthomanueel arts bood geen nieuwe gezichtspunten.
De Raad oordeelt dat de progressieve aard van de aandoeningen van appellante niet leidt tot aanscherping van de beperkingen, mede omdat de medische beoordeling plaatsvond na de relevante data. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid van appellante minder dan 25% bedraagt.