ECLI:NL:CRVB:2008:BC3270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij herziening WAO-uitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 25-35%. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de uitkering werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100% met ingang van 3 september 2002. Hierdoor werd appellante volledig tegemoetgekomen.
De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit niet in het lopende hoger beroep wordt meegenomen en dat appellante geen belang meer heeft bij de toetsing van het eerdere besluit. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante en vergoedde het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na herziening van de uitkering door het UWV.