ECLI:NL:CRVB:2008:BC3551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering zonder dringende reden tot kwijtschelding
De appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van €11.783,90 aan te veel betaalde WAO-uitkering over de periode van 14 augustus 1997 tot 1 maart 2001. De rechtbank Utrecht wees zijn beroep af omdat geen dringende reden bestond om van terugvordering af te zien. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde aan dat de terugvordering door een fout van het UWV was ontstaan, dat hij geen aflossingscapaciteit had en dat zijn psychische gesteldheid als tweede generatie oorlogsslachtoffer door de terugvordering werd bedreigd.
Daarnaast stelde appellant dat de terugvordering was verjaard omdat het UWV hem pas in 2003 had geïnformeerd. De Raad overwoog dat de verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen vanaf het moment dat het UWV bekend is met de feiten die terugvordering rechtvaardigen. Uit de stukken bleek niet dat het UWV vóór 24 april 1998 over voldoende informatie beschikte om terugvordering in te stellen, zodat het beroep op verjaring faalde.
De Raad concludeerde dat geen dringende reden bestond om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, mede omdat de psychotherapeutische informatie onvoldoende steun bood. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd zonder kwijtschelding wegens het ontbreken van een dringende reden.