ECLI:NL:CRVB:2008:BC3713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking Ziektewetuitkering en proceskostenvergoeding aan appellante
Appellante ontving vanaf 9 mei 2003 een Ziektewetuitkering die het UWV op 8 maart 2004 introk met ingang van 17 maart 2004. Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Het UWV gaf later aan het standpunt van intrekking niet langer te handhaven, waardoor het bestreden besluit moest worden vernietigd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht is teruggekomen op de intrekking omdat appellante vanaf 25 maart 2003 ongewijzigd recht heeft op een volledige WAO-uitkering, waardoor de basis voor de Ziektewetuitkering vervalt.
Appellante verzocht tevens om schadevergoeding, maar de Raad oordeelde dat dit verzoek onvoldoende was toegelicht en niet kon worden toegewezen. De Raad veroordeelde het UWV wel tot vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, totaal € 644,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 134,-.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante.