ECLI:NL:CRVB:2008:BC3715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op WAZ-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een besluit van 27 september 2002 waarin een WAZ-uitkering werd geweigerd. Dit eerdere besluit was onherroepelijk geworden omdat appellant geen tijdig bezwaar had gemaakt. Het verzoek van appellant uit 2004 werd afgewezen door het UWV en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van nieuwe feiten en dat ook feiten die destijds bekend waren maar niet in de overwegingen waren betrokken als nieuw moesten worden beschouwd. De Raad oordeelde echter dat het enkel aanvoeren van kennelijke onjuistheden in het oorspronkelijke besluit niet volstaat om herziening te rechtvaardigen. Tevens had appellant de mogelijkheid om tegen het oorspronkelijke besluit rechtsmiddelen te gebruiken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
De Raad concludeert dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de afwijzing van het verzoek om terug te komen op het eerdere WAZ-uitkeringsbesluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.