ECLI:NL:CRVB:2008:BC3746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens feitelijke woonplaats buiten gemeente
Appellant ontving vanaf 2 maart 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland stelde twijfel over de woon- en leefsituatie van appellant en liet een onderzoek uitvoeren door de Sociale Recherche Fryslân. Dit onderzoek omvatte observaties, huisbezoeken op het opgegeven adres en verhoren van appellant en een derde persoon, [H.].
Op basis van de bevindingen trok het College bijstand in met ingang van 2 maart 2004 en vorderde het de kosten van bijstand over de periode tot 1 februari 2005 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het College de intrekking niet had beperkt tot een bepaalde periode en dat de rechterlijke beoordeling zich uitstrekt tot de periode van 2 maart 2004 tot en met 25 februari 2005. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het besluit tot intrekking en terugvordering terecht was genomen, mede gelet op de verklaringen van [H.] en de bevindingen van de huisbezoeken en het waterverbruik.
Hoewel [H.] later terugkwam op haar verklaring, werd dit niet doorslaggevend geacht. De Raad verwierp ook de stelling van appellant dat de sociaal rechercheur vooringenomen was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.