ECLI:NL:CRVB:2008:BC3755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks medische beperkingen linkerarm
Appellante, werkzaam als parttime interieurverzorgster, werd vanaf 18 november 2001 een WAO-uitkering toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na medische herbeoordelingen en een operatie aan het carpaaltunnelsyndroom (CTS) links, stelde het UWV haar beperkingen vast en trok de uitkering per 27 december 2004 in.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen, met name in de linkerarm, werden onderschat en dat het UWV onzorgvuldig was door geen informatie van haar behandelend specialisten op te vragen, ondanks haar klachten en geplande operatie aan de linkerschouder.
De Raad onderschrijft de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts was op de hoogte van de behandeling en wachtlijst voor de schouderoperatie. Gezien de lange wachtlijst en het herstel van de CTS-operatie was er geen reden om aan te nemen dat haar arbeidsmogelijkheden op korte termijn zouden veranderen.
De Raad concludeert dat appellante met haar linkerarm licht werk kan verrichten, niet boven schouderhoogte, maar dat dit gecompenseerd kan worden met haar dominante rechterarm. De medische verklaringen van haar orthopedisch chirurg zijn niet in tegenspraak met deze bevindingen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende medische beperkingen voor arbeidsongeschiktheid.