ECLI:NL:CRVB:2008:BC3778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na informatie van de Belastingdienst over een vermogen van €17.612 op 31 december 2002, voerde de gemeente Utrecht een onderzoek uit. Hierbij bleek dat appellante vijf extra bankrekeningen bezat die niet waren gemeld. Het College herzag het bijstandsbesluit en vorderde terugbetaling van €11.322,97.
Appellante voerde aan dat negatieve vermogensbestanddelen, zoals een geldlening bij familie en een schuld uit een leaseovereenkomst, in mindering gebracht moesten worden. De Raad oordeelde dat schulden alleen in aanmerking worden genomen indien het bestaan en de terugbetalingsverplichting voldoende zijn aangetoond. Appellante slaagde hier niet in, omdat zij geen verifieerbare gegevens over de geldlening kon overleggen. De schuld bij Dexiabank werd niet als schuld erkend omdat vooruitbetalingen waren gedaan en de aandelen niet haar eigendom waren.
De Raad concludeerde dat appellante beschikte over vermogen boven de vermogensgrens en dat zij haar inlichtingenverplichting had geschonden. Hierdoor was de intrekking en terugvordering van de bijstand terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.