ECLI:NL:CRVB:2008:BC3877
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit weigering erkenning als oorlogsgetroffene
Appellante, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvragen werden telkens afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij vervolging in de zin van de Wet had ondergaan.
In 2006 verzocht appellante om herziening van de eerdere besluiten, stellende dat zij tijdens de oorlogsjaren op verschillende plaatsen gedwongen had verbleven. Verweerster wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of gegevens waren die tot een andere beslissing konden leiden.
De Raad oordeelt dat de discretionaire bevoegdheid tot herziening terughoudend moet worden getoetst en dat appellante geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Het gedwongen verblijf in de naoorlogse Bersiap-periode valt niet onder de Wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening van het besluit wordt afgewezen.