ECLI:NL:CRVB:2008:BC3878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht gastvrouwen in seksinrichting bevestigd als privaatrechtelijke dienstbetrekking
In deze zaak stond de vraag centraal of gastvrouwen werkzaam in een seksinrichting onder de verzekeringsplicht van de sociale werknemersverzekeringswetten vielen. Uit onderzoek door de belastingdienst en het UWV bleek dat de gastvrouwen in 2004 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot de exploitant van de onderneming. De Raad oordeelde dat er sprake was van een geordende en geïntegreerde organisatie met duidelijke sturing, toezicht en regulering van de werkzaamheden van de gastvrouwen.
De Raad benadrukte dat de exploitant een bepalende rol vervulde in de bedrijfsvoering, waaronder het vaststellen van tariefstellingen, werktijden, gedrags- en kledingvoorschriften, en toezicht op naleving. De gastvrouwen waren verplicht persoonlijke arbeid te verrichten en de betalingen waren directe beloningen voor deze arbeid binnen het organisatorische kader van de onderneming.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat de gastvrouwen zelfstandigen zouden zijn, en vond de vergelijking met zelfstandige presentatoren en diskjockeys niet relevant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de verzekeringsplicht van de gastvrouwen werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van gastvrouwen in een seksinrichting in 2004 wordt bevestigd als privaatrechtelijke dienstbetrekking.