ECLI:NL:CRVB:2008:BC3954
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUBO-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogscalamiteiten
Appellante, geboren in 1930 in het voormalig Nederlands-Indië, vroeg een WUBO-uitkering aan op grond van lichamelijke en psychische klachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. De Raad bevestigt dat zij is getroffen door oorlogsgeweld, waaronder internering in de Soekaboemische Opvoedingsgestichten (SOG) en de bezetting daarvan door extremisten.
De medische adviezen, gebaseerd op onderzoek en gegevens uit de behandelende sector, geven aan dat haar psychische klachten niet leiden tot een psychiatrische diagnose en dat zij adequaat functioneert in het dagelijks leven. De oogklachten zijn niet oorzakelijk verbonden aan de oorlogscalamiteiten: blindheid aan het rechteroog ontstond door een ontsteking tijdens de bezetting, maar zonder oorzakelijk verband met de calamiteit, en de netvliesloslating aan het linkeroog is degeneratief van aard.
De Raad benadrukt dat algemene oorlogsomstandigheden zoals armoede en ontberingen niet leiden tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer. De bezetting van de SOG door extremisten is erkend als calamiteit, maar de lichamelijke en psychische klachten van appellante voldoen niet aan de eis van blijvende invaliditeit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de eis van blijvende invaliditeit door oorlogscalamiteiten.