ECLI:NL:CRVB:2008:BC4068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering en terugvordering wegens arbeidsinkomsten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Maastricht die de verlaging van zijn WAO-uitkering en de terugvordering van te veel betaalde uitkering bevestigden. De verlaging van de WAO-uitkering vond plaats per 29 januari 2004, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25-35%.
De rechtbank had geoordeeld dat het UWV de arbeidsinkomsten van appellant over de periode van 9 augustus tot en met 5 september 2004 terecht had gekort en dat de terugvordering van te veel betaalde uitkering over de periode van 1 juni tot en met 5 september 2004 op goede gronden was gebaseerd. Appellant stelde in hoger beroep dat de vakantietoeslag ten onrechte was meegenomen in de berekening van de korting, omdat deze toeslag niet in die maanden was uitbetaald.
De Raad oordeelde dat het meenemen van de opgebouwde vakantietoeslag naar evenredigheid van de arbeidsinkomsten per maand geen onaanvaardbare toepassing van artikel 44 van Pro de WAO vormt. De vakantietoeslag maakt onderdeel uit van het maatmanloon en dient daarom evenwichtig te worden meegenomen. Ook het bezwaar tegen de hoogte van de terugvordering werd verworpen, mede omdat loonheffing een voorheffing op inkomstenbelasting betreft.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en de terugvordering en wijst het hoger beroep af.