ECLI:NL:CRVB:2008:BC4563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering na herziening winst uit onderneming
Appellant, een voormalig zelfstandig ondernemer, ontving sinds 1995 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde de uitkering over de jaren 1999 tot en met 2001 op nihil vanwege winst uit onderneming en trok de uitkering per 1 januari 2002 definitief in.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat de winstverdeling onjuist was en dat verrekenbare verliezen niet in aanmerking waren genomen. Het Uwv herzag het besluit deels en stelde de arbeidsongeschiktheid op 55-65%, maar handhaafde de intrekking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant zijn stellingen onvoldoende had geconcretiseerd en dat het maatmaninkomen rechtens vaststond.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank hem had moeten oproepen om zijn stellingen nader toe te lichten. De Raad oordeelde dat de rechtbank zich beperkt moest houden tot de aangedragen beroepsgronden en dat appellant geen adequate onderbouwing had gegeven voor verrekenbare verliezen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.