ECLI:NL:CRVB:2008:BC4622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bankrekeningen
Appellant ontving sinds december 1996 bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van een melding over samenwoning met zijn ex-echtgenote startte het College een onderzoek. Bij huisbezoeken werden bankafschriften van meerdere rekeningen op naam van appellant aangetroffen die niet waren gemeld. Het College trok de bijstand per 11 oktober 2004 in wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat er onvoldoende bewijs was voor een gezamenlijke huishouding en dat hij alleen negatief vermogen had. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar niet-ontvankelijk en ongegrond. In hoger beroep werd bevestigd dat appellant vier bankrekeningen had verzwegen, waaronder een kredietrekening met een aanzienlijke schuld en maandelijkse aflossingen.
De Raad oordeelde dat de intrekking niet gebaseerd was op het ten onrechte ontvangen bedrag, maar op het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand door de schending van de inlichtingenplicht. De Raad verwierp het verweer van appellant en bevestigde het besluit van het College. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.