ECLI:NL:CRVB:2008:BC4928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling verzekeringsplicht volksverzekeringen wegens onvoldoende Duitse uitkering
Betrokkene, een Duitse staatsburger woonachtig in Nederland, vroeg vrijstelling van de Nederlandse verzekeringsplicht omdat hij een Duitse Erwerbsunfähigkeitsrente ontving. Deze uitkering bedroeg vanaf juli 2003 € 691,15 per maand, minder dan 70% van het wettelijk minimumloon.
De Sociale verzekeringsbank wees het verzoek af op grond van artikel 22 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen (KB 746). Betrokkene stelde dat hij in Duitsland verzekerd was en verwees naar correspondentie met de Belastingdienst. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit vanwege onvoldoende onderzoek naar de toepasselijkheid van de Duitse wetgeving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene niet heeft aangetoond dat hij onder Duitse wetgeving blijft vallen volgens artikel 13, tweede lid, sub f, van Verordening (EEG) 1408/71. Uit stukken blijkt dat alleen het ontvangen van een Duitse uitkering niet leidt tot onderworpenheid aan Duitse wetgeving. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
De Raad wijst tevens proceskostenvergoeding af. Betrokkene ontvangt vanaf zijn 65e verjaardag een AOW-uitkering van 42% van het pensioen voor een alleenstaande, zonder rechtsmiddelen tegen deze toekenning. De beslissing bevestigt dat de verzekeringsplicht in Nederland blijft gelden zolang niet aan de voorwaarden voor vrijstelling is voldaan.
Uitkomst: Het beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vrijstelling van de verzekeringsplicht wordt afgewezen.