ECLI:NL:CRVB:2008:BC4932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding bij tolk IND
Betrokkene verrichtte sinds 1990 werkzaamheden als tolk voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en verzocht in 2002 om een WW-uitkering wegens afname van werkzaamheden. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat betrokkene geen werknemer zou zijn volgens de WW, met name vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding. De rechtbank stelde aanvankelijk vast dat er wel sprake was van een dienstbetrekking met gezagsverhouding, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak.
De Raad benadrukte dat de kwalificatie van de arbeidsverhouding door partijen niet doorslaggevend is, maar dat alle feiten en omstandigheden moeten worden meegewogen. Hoewel betrokkene zich als zelfstandige presenteerde en de werkzaamheden persoonlijk verrichtte, kon geen werkgeversgezag worden vastgesteld. De Regeling Tolken IND, bedoeld voor kwaliteitsbewaking, impliceert geen gezagsverhouding. De Raad concludeerde dat betrokkene op freelancebasis werkte zonder de noodzakelijke gezagsrelatie voor een dienstbetrekking.
Daarmee is de WW-uitkering terecht geweigerd en het hoger beroep van de Minister van Justitie ongegrond verklaard. De Raad sprak geen proceskostenveroordeling uit en wees op de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De WW-uitkering is terecht geweigerd omdat geen sprake is van een gezagsverhouding en daarmee geen werknemer in de zin van de WW.