ECLI:NL:CRVB:2008:BC5001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering en in stand laten rechtsgevolgen
Appellant, een voormalige heftruckchauffeur, kreeg een WAO-uitkering toegekend vanwege nek-, schouder- en rugklachten, later uitgebreid met psychische klachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast tussen 25 en 35% op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten. Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen de beoordeling van zijn beperkingen en de geschiktheid van geselecteerde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies in beroep, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep heeft de Raad een uitgebreid onderzoek gedaan, inclusief meerdere medische en arbeidsdeskundige rapporten, en concludeert dat de medische beoordeling en de geschiktheid van functies op goede gronden berusten.
De Raad oordeelt echter dat de motivering van de geschiktheid van functies pas in hoger beroep voldoende is gegeven, waardoor het bestreden besluit vernietigd wordt. De rechtsgevolgen blijven echter gehandhaafd op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.