ECLI:NL:CRVB:2008:BC5006
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat beroep in socialezekerheidszaak
In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door verzet aan te tekenen.
Tijdens de zitting van 9 januari 2008, waarbij appellant werd bijgestaan door zijn schoonzoon, werd aangevoerd dat appellant de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en daarom afhankelijk was van zijn schoonzoon. Omdat alleen de schoonzoon het dossier goed kende, werd gewacht met het indienen van het beroepschrift tot zijn terugkeer uit het buitenland, ondanks dat de beroepstermijn toen al verstreken was.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet tot een ander oordeel leiden dan de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. Appellant heeft bewust het risico genomen om te wachten met het instellen van beroep, en de gevolgen daarvan komen voor zijn rekening. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn wordt ongegrond verklaard.