ECLI:NL:CRVB:2008:BC5115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit dagloonvaststelling bij ziekte zonder verlenging referteperiode
Appellant was tot 1 oktober 2004 in dienst als beveiligingsbeambte en meldde zich ziek per 7 juli 2004. Het UWV kende hem ziekengeld toe gebaseerd op een dagloon van €34,27. Na bezwaar werd dit dagloon verhoogd naar €91,96. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat geen aanleiding was om de referteperiode van 13 weken te verplaatsen of te verlengen naar 52 weken.
Appellant stelde in hoger beroep dat sprake was van een doorlopend ziektegeval vanaf 12 maart 2004, waardoor een hoger dagloon zou moeten gelden vanwege genoten toeslagen in de referteperiode. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het ziektegeval doorliep vanaf maart 2004 en dat het UWV de referteperiode en het dagloon correct had vastgesteld.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en zag geen grond voor een proceskostenveroordeling. De beschikbare salarisstroken en loongegevens boden geen aanwijzingen voor een kennelijk onjuist dagloon. De uitspraak werd op 21 februari 2008 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon en de referteperiode van 13 weken correct zijn vastgesteld zonder verlenging.