ECLI:NL:CRVB:2008:BC5132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep werkgever bij kale verzekeringsplichtbeslissing
Appellant verrichtte werkzaamheden voor belanghebbende van november 2003 tot januari 2005. Het Uwv stelde bij besluit van 25 oktober 2005 dat appellant niet verplicht verzekerd was. Na bezwaar verklaarde het Uwv op 19 april 2006 appellant alsnog verplicht verzekerd. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond, oordeelde dat geen sprake was van verplichte verzekering en ontving het beroep van belanghebbende als belanghebbende.
In hoger beroep stelt de Raad ambtshalve de vraag of belanghebbende terecht als belanghebbende is ontvangen, aangezien artikel 8:1 Awb Pro vereist dat alleen belanghebbenden beroep kunnen instellen. Het Uwv licht toe dat het besluit van 19 april 2006 een kale verzekeringsplichtbeslissing betreft, waarbij aan de werkgever geen premienota's zijn opgelegd en ook niet meer worden opgelegd, waardoor de werkgever geen belanghebbende is.
De Raad volgt deze visie en vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze belanghebbende ontvankelijk verklaarde. Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep, begroot op € 644,--, en moet het griffierecht van appellant vergoeden. Een veroordeling in proceskosten van belanghebbende wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.