ECLI:NL:CRVB:2008:BC5200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van der Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit over maatmanuurloon bij parttime assistent purser
Appellante, werkzaam als assistent purser bij KLM, ontving een WAO-uitkering na arbeidsongeschiktheid vanaf 1997. Het UWV verlaagde haar uitkering per 1 oktober 2004 op basis van inkomsten uit arbeid, waarbij het maatmanuurloon werd vastgesteld op €33,93, uitgaande van een 20-urige werkweek.
Appellante betwistte dit en stelde dat zij feitelijk slechts 9 tot 14 uur per week werkte, ondersteund door eigen urenberekeningen en een chronologisch overzicht van vlieguren en verlof. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna de rechtbank het beroep deels ongegrond verklaarde en deels niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad oordeelt dat het primaire besluit van 14 februari 2005 als voltooid moet worden beschouwd en het bezwaar tijdig was ingediend. De Raad volgt het UWV en de bezwaararbeidsdeskundige dat de maatmanuurloonberekening uitgaat van de normale arbeidsduur van 20 uur per week, conform de CAO en salarisbasis, en verwerpt het betoog van appellante dat feitelijke lagere uren maatgevend zijn.
De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en verklaart het bezwaar ongegrond, waarbij het salaris en de normale arbeidsduur leidend zijn voor de berekening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het maatmanuurloon op basis van een 20-urige werkweek correct is vastgesteld en verklaart het bezwaar ongegrond.