ECLI:NL:CRVB:2008:BC5203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1989 arbeidsongeschikt is verklaard en een WAJONG-uitkering ontving, kreeg deze uitkering op 16 juni 2004 ingetrokken met ingang van 29 juli 2004 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het besluit medisch en arbeidskundig juist was onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name dat het UWV een andere beoordeling hanteerde dan in eerdere jaren terwijl zijn medische situatie niet gewijzigd zou zijn. De Raad concludeerde echter dat de rapportages van de verzekeringsartsen, waaronder die van 10 november 2003 en de bezwaarverzekeringsarts van 31 mei 2006, zorgvuldig en consistent waren opgesteld. Er was geen sprake van relevante psychische beperkingen op de datum in geding, 29 juli 2004.
Het rapport van psychiater Van de Gevel-Westgeest, waarin depressieve klachten werden genoemd, kon niet leiden tot een andere conclusie over de mate van arbeidsongeschiktheid op die datum. De Raad oordeelde dat het UWV de functionele mogelijkheden van appellant niet had overschat en dat de beoordeling uitsluitend op de situatie per de in geding zijnde datum moest worden gebaseerd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitkering werd terecht ingetrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAJONG-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.