ECLI:NL:CRVB:2008:BC5291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid met discussie over urenbeperking en recuperatiemogelijkheden
Appellante, sinds 1985 werkzaam als lederbewerkster, kreeg na een herseninfarct in 2002 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Het UWV trok deze uitkering in per 27 september 2004 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek naar de medische beperkingen en de noodzaak van een urenbeperking.
De primaire verzekeringsarts Meeren stelde dat er geen urenbeperking nodig was mits aan drie voorwaarden werd voldaan, waaronder extra recuperatiemogelijkheden. De Raad oordeelde dat het UWV deze voorwaarden onterecht heeft gerelativeerd door extra recuperatiemogelijkheden te interpreteren als rust na werktijd, terwijl deze betrekking hebben op pauzes tijdens werktijd. Hierdoor werd de noodzaak van een urenbeperking onvoldoende erkend.
Appellante voerde aan dat zij fysiek en psychisch meer beperkt is dan het UWV en de rechtbank aannamen, en dat een beperking tot 21,25 uur per week gerechtvaardigd was. De Raad stelde vast dat het specialistisch onderzoek geen aanwijzingen gaf dat de Functionele Mogelijkhedenlijst onvoldoende rekening hield met haar beperkingen, maar oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom een urenbeperking achterwege kon blijven.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit op bezwaar, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen omtrent urenbeperking en recuperatiemogelijkheden. Tevens werden proceskosten en griffierecht toegewezen aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de urenbeperking en recuperatiemogelijkheden.