ECLI:NL:CRVB:2008:BC5336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens voldoende zorgvuldig medisch onderzoek bij rugklachten tijdens zwangerschap
Betrokkene, werkzaam als inpakmedewerkster, meldde zich ziek vanwege rugklachten die tijdens haar zwangerschap waren begonnen. Na meerdere onderzoeken door een verzekeringsarts en het inwinnen van informatie bij de huisarts, werd vastgesteld dat zij vanaf 22 januari 2005 weer arbeidsongeschikt was. De beslissing om het recht op ziekengeld te beëindigen werd bevestigd door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit omdat zij vond dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende onderzoek had verricht, met name door geen aanvullende informatie in te winnen bij de fysiotherapeut en huisarts, wat volgens de rechtbank in strijd was met artikel 3:2 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. De medische gegevens en onderzoeken toonden geen afwijkingen die ongeschiktheid voor arbeid rechtvaardigden. Ook het rapport van een orthopedisch chirurg bood geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsartsen te herzien.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Betrokkene wordt niet langer als arbeidsongeschikt beschouwd en heeft geen recht meer op ziekengeld. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en betrokkene heeft geen recht meer op ziekengeld.