ECLI:NL:CRVB:2008:BC5368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt niet-uitbetaling WAZ-uitkering wegens onvoldoende gewerkte uren
Betrokkene, werkzaam als varkensfokker en akkerbouwer, kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%. Appellant stelde echter vast dat de uitkering over 2003 niet tot uitbetaling kwam vanwege het behaalde inkomen. De rechtbank oordeelde dat betrokkene aannemelijk had gemaakt gemiddeld 74 uur per week te hebben gewerkt, wat zou leiden tot een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse en een gedeeltelijke uitbetaling van de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep toetste dit oordeel en concludeerde dat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd voor het hogere aantal gewerkte uren. Een arbeidsdeskundige had vastgesteld dat betrokkene gemiddeld 53 uur per week werkte, onder de maatgevende 60 uur. Betrokkene erkende dat zijn hogere uren slechts voor een representatieve periode golden en niet voor het gehele jaar.
De Raad vond de door betrokkene aangevoerde urenregistratie en berekeningen onvoldoende aannemelijk en bevestigde dat de uitkering terecht niet werd uitbetaald. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de niet-uitbetaling van de WAZ-uitkering over 2003 bevestigd.