ECLI:NL:CRVB:2008:BC5399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens fictieve huurinkomsten uit onroerende zaken in Turkije
Betrokkenen ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek bleek dat zij eigenaar waren van meerdere onroerende zaken in Turkije, waarvan één appartement om niet in gebruik was gegeven aan hun dochter. Appellant herzag en reviseerde de bijstandsuitkering op basis van fictieve huurinkomsten, waarbij een taxatierapport werd gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat betrokkenen niet redelijkerwijs konden beschikken over huurinkomsten voor het appartement dat om niet werd gebruikt, omdat er geen huurovereenkomst of rechtens afdwingbare aanspraak op vergoeding was. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het stelsel van de WWB andere mogelijkheden biedt om rekening te houden met onroerende zaken dan het in aanmerking brengen van fictieve huurinkomsten.
De Raad vernietigt het besluit van 7 december 2006 voor zover de herzieningsperiode onjuist was vastgesteld en herroept het primaire besluit van 21 april 2005 in dat onderdeel. Verder oordeelt de Raad dat de financiële en medische situatie van betrokkenen geen dringende reden vormt om terugvordering achterwege te laten. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit over de herzieningsperiode en bevestigt dat geen fictieve huurinkomsten mogen worden aangenomen voor het om niet in gebruik gegeven appartement.