ECLI:NL:CRVB:2008:BC5406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering nabestaandenuitkering wegens ontoereikende feitelijke grondslag
Appellant verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van zijn partner [J.] in 2004. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant geen gezamenlijke huishouding voerde met de overledene, en later omdat het overlijden binnen een jaar na aanvang van de gezamenlijke huishouding werd verwacht. De Svb baseerde zich op een rapport van arts P.B. Deinum, die stelde dat het overlijden binnen een jaar redelijkerwijs te verwachten was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het redelijk was te verwachten dat [J.] binnen een jaar zou overlijden. Appellant ging in hoger beroep en betwistte dat het overlijden binnen een jaar te verwachten was en dat hij of [J.] daarvan op de hoogte waren. De Raad stelde vast dat de rapportage van Deinum was gebaseerd op informatie van een internist Temizkan, niet van de behandelend internist Van Nierop, en dat er onvoldoende zekerheid was over de communicatie met appellant en [J.] over de prognose.
De Raad concludeerde dat het besluit op bezwaar berustte op een ontoereikende feitelijke grondslag en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar, rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale Verzekeringsbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit op bezwaar.