ECLI:NL:CRVB:2008:BC5598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met deugdelijke arbeidskundige onderbouwing in hoger beroep
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was verhoogd van 25-35% naar 35-45%. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd, waarbij de medische beperkingen en arbeidskundige beoordeling als juist werden beschouwd.
In hoger beroep stelde appellant dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was ingevuld en dat er sprake was van een urenbeperking vanwege vermoeidheidsklachten en diabetes. De Raad stelde vast dat de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De arbeidskundige onderbouwing was aanvankelijk onvoldoende, maar in hoger beroep werd een aanvullende rapportage overgelegd die de geschiktheid van de geduide functies voldoende motiveerde. De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege deze gebrekkige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht. Hiermee werd de procedurekostenlast voor appellant volledig gecompenseerd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.