ECLI:NL:CRVB:2008:BC6222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over premiebetaling vrijwillige ziekengeldverzekering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar vrijwillige ziekengeldverzekering te beëindigen wegens niet-betaling van premie vanaf 22 april 2004. De rechtbank Arnhem verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken van belang en vernietigde het bestreden besluit. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk belang had bij een beslissing op haar bezwaar, omdat het ging om de verplichting tot premiebetaling voor de vrijwillige ziekengeldverzekering. De rechtbank had dit belang niet onderkend en daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard.
De Centrale Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van appellante tegen het besluit van 23 januari 2006. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, waaronder reiskosten en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 28 februari 2008.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en het UWV moet een nieuw besluit nemen over het bezwaar tegen de premiebetaling.