ECLI:NL:CRVB:2008:BC6237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vaststelling gedifferentieerde WAO-premie
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde gedifferentieerde premie WAO over meerdere jaren, stellende dat het premieplichtig loon onjuist was vastgesteld. Het Uwv verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. Appellante voerde aan dat het bezwaar als een herzieningsverzoek moest worden aangemerkt en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de complexiteit van de materie.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen verschoonbare termijnoverschrijding had aangetoond en dat de algemene bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet wijken voor de bijzondere regeling in de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat appellante na ontvangst van de besluiten de juistheid had kunnen controleren en tijdig bezwaar had kunnen indienen.
De Raad onthoudt zich van een oordeel over de juistheid van de premieberekening zelf, maar benadrukt dat het Uwv terecht het bezwaar als zodanig heeft aangemerkt en niet als een herzieningsverzoek. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premie blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.