ECLI:NL:CRVB:2008:BC6270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
Appellant, voormalig constructiewerker, stelde dat de door het UWV gehanteerde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening hield met zijn psychische beperkingen, met name een depressie die hem beperkte tot een halve dag werken. De rechtbank Breda had het standpunt van het UWV bevestigd dat een medische urenbeperking niet langer noodzakelijk was, mede gebaseerd op verklaringen van de verzekeringsarts en cardioloog.
In hoger beroep bracht appellant een psychiatrisch rapport in van psychiater Kazemier, die een matig ernstige chronische depressie constateerde en concludeerde dat een halve dag werken het maximaal haalbare was. De bezwaarverzekeringsarts van het UWV betwistte dit, maar de Raad oordeelde dat de bezwaren onvoldoende waren en dat de psychiater terecht rekening hield met de psychische beperkingen.
De Raad stelde vast dat de arbeidsdeskundige bij de schatting van de arbeidsongeschiktheid geen rekening had gehouden met de noodzakelijke medische urenbeperking, omdat de geselecteerde functies voltijds waren. Hierdoor berustte de schatting op een onjuiste medische en arbeidskundige grondslag.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de noodzakelijke urenbeperking. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en een nieuwe beoordeling met medische urenbeperking wordt bevolen.