ECLI:NL:CRVB:2008:BC6288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde functionele beperkingen
Appellante was sinds 1976 arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering van 80 tot 100%. Na herbeoordelingen en medische onderzoeken, waaronder een persoonlijk onderzoek in 2003, besloot het UWV haar WAO-uitkering in 2003 in te trekken wegens onvoldoende duurzaam benutbare mogelijkheden (GDBM).
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de medische oordeelsvorming onvoldoende was onderbouwd. Vooral de functionele beperkingen van appellante, zoals haar voetproblemen en het gebruik van een scootmobiel, waren onvoldoende meegenomen in de beoordeling van haar arbeidsmogelijkheden.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had aangetoond dat appellante geschikt was voor de voorgestelde functies, waaronder chauffeur bijzonder vervoer, mede gezien haar medische beperkingen. Daarom werd het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering vernietigd en het eerdere besluit herroepen.
De Raad veroordeelde het UWV tevens tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Hiermee werd appellante in het gelijk gesteld en haar WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende onderbouwing van de functionele beperkingen van appellante.